Blanken, Peter and Adriaans, Nico F. P, "Part I. Echo's Van Een Mespuntje Fantasie." Instituut Voor Verslavingsonderzoek (IVO) Faculteit Der Geneeskunde En Gezondheidswetenschappen Erasmus Universiteit Rotterdam. Juni 1993.
"In Italië wordt gevochten om sigaretten. Al vier weken ligt de distributie van rookwaren stil, en wanhopige verslaafden maken de raarste sprongen om een sigaret te pakken te krijgen. ( ). In Rome is gisteren een tabakverkoper slaags geraakt met klanten die niet wilden geloven dat hij echt geen pakje meer had. Ook in andere plaatsen moest de politie optreden wegens relletjes bij de tabaccai, de staatswinkels met het zwarte uithangbord waar tabak en postzegels worden verkocht. In Sicilië en Napels zijn mensen die op straat liepen te roken, beroofd van hun sigaretten. Vanuit Sardinië zijn dagtochten voor rokers georganiseerd naar Corsica, en in de weekeinden staan er lange files aan de grenzen met de buurlanden, van mensen die daar een slof sigaretten willen kopen. ( ). De smokkelaars, die ... scheepsladingen vol sigaretten het land in brengen ... hebben uitstekende zaken gedaan. Volgens kranteberichten is op de zwarte markt tussen de 25 en 60 gulden betaald voor een pakje sigaretten.
-- NRC-Handelsblad, woensdag 2 december 1992
Introductie
"Echo" is de naam van een "adres" in Spangen waar - in samenwerking met diverse instanties - een aantal druggebruikers onder strikte voorwaarden hun drugs (met name heroïne en cocaïne) kunnen consumeren. Echo is echter méér dan uitsluitend een gebruiksruimte. Het is tevens een "initiatief" waarbij de diverse betrokken instanties - ieder met verschillende belangen - trachten een "model voor lokaal drugbeleid" te ontwikkelen, waarbij de ongewenste neven-effecten van druggebruik - in een situatie van prohibitie, dat wil zeggen in een situatie waarin de psychoactieve middelen illegaal zijn - zoveel als mogelijk beheerst worden. Het rapport richt zich op het bespreken van diverse instrumenten om te komen tot (meer) beheersbaarheid van ongewenste neven-effecten van druggebruik op het niveau van:
- de wijk (-bewoners) (macro),
- het beheer van de Echo-gebruiksruimte (meso), en
- de individuele druggebruikers (micro).
De directe aanleiding van dit rapport over "het initiatief Echo" is gelegen in het verzoek van de projectleider van Spangen Veilig, afd. Bestuursdienst Rotterdam (november 1992) tot het schrijven van een rapportage, waarin nader wordt ingegaan op het pand, de bezoekers en de diensten van Echo. De rapportage is mede geworteld in de traditie van het doorlopend veldonderzoek naar patronen van en trends in het gebruik van psychoactieve middelen, zoals dat door het Instituut voor Verslavingsonderzoek (IVO) wordt uitgevoerd.
In deze rapportage wordt nader ingegaan op de bovengenoemde aandachtspunten aan de hand van observaties in en rondom Echo; gesprekken met de bezoekers van Echo; interviews met de beheerder van Echo en een aantal andere betrokkenen; delen uit de administratie van Echo; en ten slotte, eerder onderzoek van het IVO en anderen. Daarnaast wordt aandacht besteed aan de rol die het "beheersingsoverleg" tussen alle bij het Echo-initiatief betrokkenen vervult in het beheersen van de ongewenste neven-effecten van druggebruik op de drie genoemde niveaus.
Deze rapportage richt zich op druggebruikers en dealers die deel uit maken van de infrastructuur van de drugscene in Spangen. De rapportage beperkt zich nadrukkelijk niet tot gebruikers die woonachtig of afkomstig zijn uit de wijk Spangen. Een dergelijke beperking zou de "alledaagse werkelijkheid" van de drugscene tekort doen. De grenzen aan de mobiliteit van druggebruikers wordt niet door bestuurlijke overwegingen ingegeven, maar wordt door praktische zaken - de infrastructuur van de drugscene - bepaald. Er is sprake van een duidelijke samenhang in de drugscene die loopt over de as Centrum/Centraal Station - Oude Westen - Middelland - Nieuwe Westen - Spangen, die zeker niet ophoudt bij de Delfshavense Schie. Zo valt bij voorbeeld waar te nemen dat een deel van de bezoekers van Echo (en andere adressen) hun dope in omliggende wijken koopt en in Spangen gebruikt - en omgekeerd: Dat sommige uit Spangen afkomstige gebruikers hun drugs voornamelijk buiten Spangen kopen en gebruiken.
De implicatie van deze verstrengeling is dat iedere - soms wel controleerbare, soms niet controleerbare - actie in Spangen tot een reactie in de andere wijken zal leiden en, vice versa, dat iedere actie op de andere lokaties een echo in Spangen zal geven. In deze zin is het van belang om te beseffen dat het proces van beheersen van neven-effecten van drugs, druggebruik en druggebruikers in een wijk plaatsvindt in een continu krachtenveld van "aanzuigende" en "wegduwende" (zogenaamde "push and pull") factoren.
De illegale drugscene: Uitgangspunten, begrippen en processen
1. Uitgangspunten: De illegaliteit van drugs en enige daaraan verbonden consequenties
Een belangrijk uitgangspunt voor deze rapportage is de "alledaagse werkelijkheid" die momenteel verbonden is met illegale drugs, het gebruik en de gebruikers van die middelen. In de Nederlandse wetgeving is gebruik van illegale drugs weliswaar niet strafbaar, het in bezit hebben van deze middelen is dat wel. In de praktijk echter, wordt het Nederlandse drugbeleid gekenmerkt door aanvaarding van het feit dat mensen "psychoactieve" middelen gebruiken en er wordt gestreefd naar "normalisering" van het verschijnsel en het terugdringen van ongewenste neven-effecten van het gebruik van drugs in een situatie van drug-prohibitie.(1) (2)
De illegaliteit van bezit van en handel in deze middelen brengt met zich mee dat er rond deze drugs een illegale scene is ontstaan. In deze illegaliteit heeft de drugshandel zich ontwikkeld tot een aantrekkelijke bron van inkomstenverwerving, waar slechts gedeeltelijk controle over te voeren is en welke derhalve in beperkte mate beheersbaar - in de betekenis van "stuurbaar" - is. Eén van de gevolgen hiervan is dat zowel de prijs, als de kwaliteit en de verhouding prijs-kwaliteit aan fluctuatie onderhevig zijn. Zo heeft de prijs van een gram heroïne - op straatniveau - incidenteel rond de tweeduizend gulden bedragen, terwijl deze momenteel rond de 100 gulden schommelt. Het heroïnegehalte van in beslaggenomen, grotere partijen varieerde in de jaren '80 van 40% tot 65%.(3)
Ook de gebruikers van deze drugs maken deel uit van en gebruiken de infrastructuur van die illegale drugscene. Het gaat hierbij om de handel, zoals deze plaatsvindt op adressen, waar soms wel en soms niet drugs gebruikt mogen worden (dealadressen, dan wel deal-/gebruiksadressen). Het gaat daarbij echter ook om de infrastructuur van de drugscene (in het contact tussen gebruikers onderling), waarbij "wheeling and dealing" een essentiële rol speelt. De ene keer heeft een gebruiker geen (middelen voor de aanschaf van) dope en stelt hij of zij - binnen persoonlijke, moreel getrokken grenzen - alles in het werk om in die situatie verandering te brengen. Een andere keer heeft een gebruiker wel (middelen voor de aanschaf van) dope en zal hij of zij - naar gelang persoonlijke belangen - overwegen van de aangeboden diensten of middelen van derden gebruik te maken. Het feit van de illegaliteit maakt - in het dagelijks bestaan van druggebruikers - het gebruik van de gewenste middelen een onzekere factor.
1.1 Push en pull-factoren
De meest bepalende factor in de organisatie en vorm van de illegale drugscene is de organisatie en vorm van de handel - in de situatie van drugprohibitie. Een tweede, direct daarop van invloed zijnde, factor is het justitiële beleid ten aanzien van drughandel en druggebruikers en met name het feitelijke politie optreden. Als de handel "ergens" overgaat tot het aanbieden van hun waar met een twee keer zo hoge zuiverheid, of voor de helft van de prijs, of beiden, dan zal dit tot veranderingen in de organisatie en vorm van de drugscene leiden. Zoals voor veel goederen en diensten geldt, is de verhouding tussen prijs en kwaliteit een bepalende factor in het consumentengedrag. Een deel van de drugscene zal zich in een dergelijke situatie - in ieder geval voor wat het kopen van die drugs betreft - verplaatsen. De verhouding tussen prijs en kwaliteit van drugs zal het gedrag van de gebruikers echter op meerdere niveaus beïnvloeden (de "ervaren" beschikbaarheid van die middelen; de hoeveelheid drugs die wordt gekocht en geconsumeerd; de wijze waarop de drugs worden toegediend; et cetera) en daarmee ook de neven-effecten van druggebruik zoals die op het (macro) niveau van de wijk worden ervaren. Wanneer daarentegen de verhouding tussen prijs en kwaliteit zich "ergens" in ongunstige zin ontwikkelt, zal een tegenovergesteld mechanisme in werking treden, met alle daaraan gerelateerde consequenties. De organisatie en vorm van de illegale drugscene in een wijk wordt dan ook bepaald door de push and pull factoren van de drughandel.
Op haar beurt echter, wordt de organisatie en vorm van de handel sterk bepaald door het justitiële beleid en met name de aard van het optreden door de politie. Momenteel is de illegale drugshandel vooral georganiseerd op "adressen". Deze vorm van handel heeft geresulteerd in relatieve beheersing van ongewenste neven-effecten van druggebruik en druggebruikers op het niveau van zowel de buurt (macro), als de individuele gebruikers (micro) in vergelijking met de situatie in de ons omringende landen, waar een actief repressief politie-beleid wordt gevoerd. Dit repressieve politie optreden tegen de handel èn de gebruikers heeft geleid tot een organisatie en vorm van de illegale drugscene die zich met name "op straat" afspeelt. Bij de organisatie van een dergelijke straathandel zijn meer mensen betrokken: Personen die op straathoeken staan, als "uitkijk", om de politie wanneer zij in actie komt af te leiden, en om de te verhandelen drugs - voor zover mogelijk - in veiligheid te brengen. Een dergelijk georganiseerde straathandel leidt tot ongewenste neven-effecten - overlast - niet alleen voor de buurt waarin zij plaatsvindt, maar ook voor druggebruikers. De verhouding tussen prijs en kwaliteit zal veel meer gaan fluctueren. De drugtransacties zullen van kortere duur worden, omdat de handel zo min mogelijk risico wil lopen, waardoor de gebruiker minder controle heeft over de kwaliteit van de aangeschafte drugs. In zijn algemeenheid resulteert een straatscene in andere gedragingen bij een deel van de gebruikers, hetgeen weer een effect zal hebben op de problemen en overlast die een buurt - en uiteindelijk de samenleving als geheel - zal ervaren. In zijn uiterste vorm zal een repressief politie-beleid leiden tot een volledig oncontroleerbaar, zeer gewelddadige organisatie van de straatscene en -handel. De handel zal daarbij straathoeken of zelfs straatblokken innemen om zich van afzet te kunnen verzekeren en de behoefte om deze handel te beschermen zal met geweld gepaard gaan. Deze extreme vorm van organisatie van de illegale drugscene doet zich voor in de Amerikaanse ghetto's en is een ontwikkeling die op bescheiden schaal in Groot Brittannië en Frankrijk is waar te nemen.
2. Begrippen en processen
Om de "dagelijkse werkelijkheid" van de hierboven kort beschreven drugscene, zoals die zich heeft georganiseerd in de context van het gevoerde "normaliseringsbeleid", enigszins te begrijpen, is het noodzakelijk een aantal actoren (gebruikers, handelaren en handelende gebruikers), onderwerpen (heroïne, cocaïne, "pillen", chinezen, roken en spuiten) en processen (handel, wheeling and dealing, en binging) kort uiteen te zetten.
2.1 Druggebruiker
Alhoewel koffie, alcohol en tabak veel frequenter geconsumeerde drugs zijn, worden deze middelen niet bij de rapportage betrokken. De rapportage beperkt zich tot gebruikers van "psychoactieve" middelen die in de context van de eerder omschreven illegale drugscene worden gebruikt. Het gebruik van deze middelen omvat een wijde spreiding in patroon en intensiteit van gebruik, variërend van experimenteel en sociaal-recreatief gebruik, via "circumstantial-situational", tot intensief en compulsief gebruik.(4) (5)Daarnaast en tot op zekere hoogte daarmee samenhangend geldt dat sommige gebruikers een "regulier" bestaan leiden, waarbij werk of andere bezigheden een centrale rol vervullen, terwijl voor anderen het middelengebruik (en de verwerving van die middelen) een belangrijke rol vervult. Ook de "overlast" die gebruikers voor een buurt veroorzaken, varieert sterk en dit ongewenste neven-effect van druggebruik op macro niveau doet zich bij alle gebruikspatronen voor. Bovendien geldt dat er grote verschillen bestaan tussen "de" druggebruikers als het gaat om de psychoactieve middelen die zij consumeren. Deze variabiliteit uit zich in het aantal en de soort middelen die men gebruikt, de combinaties en de functie die de betreffende middelen vervullen in het leven van de druggebruiker in het algemeen, of in zijn/haar druggebruik in het bijzonder. (Zie 2.2.4 Gebruikte drugs, hun toedieningswijze en de consequenties). En, ten slotte, geldt dat noch de gebruikspatronen en -intensiteit, noch de door een deel van de gebruikers veroorzaakte overlast, noch de selectie van middelen die men gebruikt en de wijze waarop men die gebruikt een statisch beeld vormen. Niet alleen tussen druggebruikers bestaan er grote verschillen, ook in de tijd kunnen bij iedere individuele gebruiker grote veranderingen plaatsvinden voor wat deze aspecten van het druggebruik betreft.
2.2 Dealer
Iemand die in "illegale" drugs handelt, wordt over het algemeen "dealer" genoemd. Dealers zijn er in vele maten en soorten, hetgeen vooral bepaald wordt door de positie die zij in de handel innemen. Hierbij kan onderscheid worden gemaakt naar:
- De groothandel. Het gaat hierbij met name om de (inter-) nationale handel, smokkel en distributie in grote hoeveelheden (van kilo's tot tonnen) met prijzen van fl. 10,= tot fl. 20,= per gram (fl. 10-20.000 per kilo). Dit niveau van de drughandel is niet relevant voor Spangen, behalve in het grote geheel van drugtoevoer, -kwaliteit en -prijs. Substantiële veranderingen op dit niveau hebben echter wel hun weerslag op de vorm en organisatie van de drugscene en de beheersbaarheid van ongewenste neven-effecten van druggebruik in Nederland, Rotterdam en uiteindelijk ook in Spangen en voor de individuele gebruikers.
- De tussenhandel is vooral betrokken bij de distributie op regionaal en lokaal niveau. De verhandelde hoeveelheden beperken zich tot grammen, onzen en soms ponden. De prijzen variëren van fl. 20,= tot fl. 50,= per gram (fl. 20-50.000 per kilo). Hierbij kan nog onderscheid worden gemaakt tussen grotere tussenhandelaren, die alleen leveren aan kleinere distributeurs en om veiligheidsredenen niet willen leveren aan de dealer die direct aan de consument/gebruiker verkoopt en tussenhandelaren die dit wel doen. Veranderingen in de organisatie en de vorm van de tussenhandel hebben directe consequenties voor de drughandel en druggebruikers in Spangen.
- De detailhandel draagt zorg voor de organisatie van de directe verkoop en de directe verkoop aan gebruikers door middel van "katvangers" op huisadressen, in kraakpanden of cafés; via "fast delivery service"; of op straat. De inkoopsprijzen liggen tussen fl. 40,= en fl. 60,= per gram, en de verkoopsprijs loopt uiteen van fl. 90,= tot fl. 125,= per gram. Het "laagste" niveau van de detailhandel wordt gevormd door de activiteiten van druggebruikers in wat het proces van wheeling and dealing (de onderlinge handel tussen druggebruikers - zie 2.2.5) wordt genoemd, en door zogenaamde "runners", dat wil zeggen gebruikers die - in ruil voor kleine hoeveelheden drugs - andere druggebruikers naar adressen brengen of drugs op adressen kopen voor andere gebruikers.
Voor de consument is de prijs van "bruin" (heroïne) en "wit" (cocaïne) afhankelijk van de gekochte hoeveelheid. De huidige prijs in Spangen bedraagt:
- 15 - 25 gulden voor 0.10 gram (1 streep);
- 25 - 40 gulden voor 0.25 gram (1 kwart); en
- 40 - 65 gulden voor 0.50 gram (1 half).
Cocaïne en heroïne verschillen momenteel weinig in prijs per eenheid; soms is de cocaïne iets duurder dan de heroïne. In de kwaliteit van beide is veel verschil, waarbij cocaïne stabieler in kwaliteit lijkt te zijn dan heroïne.
2.3 Gebruikers- en vriendennetwerken
Tussen gebruikers onderling bestaan uitgebreide contacten, die variëren in frequentie, duur en intensiteit en intimiteit. Alhoewel het doel van die contacten per individuele gebruiker en per keer anders kan zijn, is een deel van die contacten gericht op het verwerven en/of gebruiken van drugs. Daarnaast heerst binnen die gebruikers- of vriendennetwerken een zekere vorm van solidariteit. Druggebruikers helpen elkaar (met het overleven in een situatie waarin drugs verboden zijn), door het delen van primaire levensbehoeften als (geld voor) voedsel, onderdak, en aandacht. Een van de aspecten van die onderlinge solidariteit komt tot uiting in het weggeven van een "betermakertje": Een "puntje bruin" (heroïne) dat wordt weggegeven om de ontwenningsverschijnselen tegen te gaan, die zich - wanneer opiaten zijn uitgewerkt - kunnen voordoen bij iemand die lichamelijk afhankelijk is. In deze zin functioneert een betermakertje als "binding factor" in de drugscene; zowel tussen gebruikers onderling, als tussen dealer en gebruikers.
De onderlinge contacten in deze gebruikers- en vriendennetwerken, in combinatie met de veelvuldige wheel and deal transacties die plaatsvinden (zie 2.2.5) - beiden als onderdeel van de infrastructuur van de illegale drugscene - dragen een enorme potentie in zich ten aanzien van het beheersen van ongewenste neven-effecten van druggebruik, zowel voor wat overlast in de wijk betreft (macro niveau), als voor wat gezondheidsaspecten voor de individuele gebruikers betreft (micro niveau). Het totaal aan dagelijkse contacten voor tenminste een deel van de druggebruikers vormt een enorme bron voor het verkrijgen van informatie en een enorm medium voor het verspreiden van informatie. Dit aspect van de infrastructuur van de drugscene biedt goede mogelijkheden voor het op gang brengen van communicatie tussen druggebruikers, buurtvertegenwordigers, politie, hulpverleners, en lokale beleidmakers.
2.4 Gebruikte drugs, hun toedieningswijze en de consequenties
De psychoactieve middelen die de meeste gebruikers - waartoe deze rapportage zich beperkt - tot zich nemen, zijn heroïne en veelal (crack-) cocaïne. Heroïne, na (chemische) verwerking verkregen uit de zaaddozen van de "papaver somniferum", is een "pijnstillend" en "roesverwekkend" middel.(6) Cocaïne en crack-cocaïne, na (chemische) bewerking verkregen uit de bladeren van de cocastruik hebben een stimulerende werking. (6) Daarnaast neemt een deel van de druggebruikers - al dan niet regelmatig - methadon (evenals heroïne een "opiaat"), met name om de onthoudingsverschijnselen die gepaard kunnen gaan met opiaatgebruik op te vangen; alcohol en diverse "pillen" (met name de lichtere kalmeringsmiddelen - "benzodiazepines": valium en rohypnol - en soms zwaardere "tranquillizers" - als librium - of een "barbituraat" - slaapmiddel - als isonox). Ten slotte doen regelmatig "nieuwe" middelen, als "ecstasy", xtc, hun intrede, of worden "oude" middelen, als lsd en andere tripmiddelen, herontdekt.
De heroïne en (crack-) cocaïne worden door een meerderheid van de Rotterdamse druggebruikers "gerookt"; minder dan één kwart injecteert deze middelen.(7) (8)Het is belangrijk te beseffen dat zowel voor heroïne als voor cocaïne geldt dat de moleculaire structuur van de "injecteerbare" variant afwijkt van de "rookbare" variant. Drugs waaraan een hcl- of zuur-groep is toegevoegd (zoals de verhandelde cocaïne) zijn direct oplosbaar in water, terwijl drugs waarbij deze zuur-groep vervangen is door een "zout/ base" (zoals de verhandelde heroïne) niet direct in water oplosbaar zijn; deze zijn daarentegen beter te roken.(i) Dit betekent dat cocaïne direct oplosbaar is en dus geschikt is om te injecteren, terwijl heroïne eerst met behulp van een zuur (als citroen- of ascorbinezuur) oplosbaar gemaakt dient te worden. Omgekeerd geldt dat de heroïne-base direct rookbaar is, terwijl bij cocaïne allereerst de zuur-groep verwijderd moet worden met behulp van een base (als maagzout of ammonia). In dit laatste geval ontstaat de rookbare cocaïne-base, hetgeen in de Verenigde Staten als crack bekend staat. In deze is het enige verschil met de Nederlandse situatie dat in de Verenigde Staten crack als "ready made product" verhandeld wordt, terwijl in Nederland de meeste gebruikers hun crack-cocaïne zelf produceren. Het continue veldonderzoek van het IVO naar patronen van - en ontwikkelingen in - druggebruik heeft aangetoond dat ook in (en rondom het Centraal Station van) Rotterdam "gekookte coke" te koop wordt aangeboden.(9)
Zowel het injecteren als het "roken" van drugs vereist de nodige vaardigheden van de kant van de gebruiker. Daarnaast is voor beide (of eigenlijk alle drie - want, onder roken wordt "chinezen" = "chasing the dragon", èn "basen" verstaan) toedieningsrituelen een aantal "randvoorwaarden" en attributen, of parafernalia, noodzakelijk. (7) (8) De gebruiker moet een rustige en in ieder geval wind-vrije plek hebben waar de drugs voor toediening kunnen worden geprepareerd. Voor een injecterende druggebruiker is het van belang om - naast een spuit - te kunnen beschikken over een lepel (of verwant attribuut) en vloeistof (water) plus eventueel benodigde chemicaliën om de drug op te kunnen lossen. Voor een gebruiker die cocaïne wil roken, zijn deze parafernalia eveneens onontbeerlijk. Daarnaast moet de roker de beschikking hebben over aluminiumfolie en een pijpje, in geval van "chinezen", terwijl in geval van "basen" de gebruiker een "base-pijpje" moet hebben. Zowel de injecterende als de rokende gebruiker moet, ten slotte, nog een - bij voorkeur doorzichtige, met regelbare vlamhoogte - aansteker hebben en ook een (klein) mes is een veel van pas komend attribuut. Voor een uitgebreide beschrijving van deze drugtoedieningsrituelen wordt verwezen naar de rapporten 3 (Grund en Blanken) en 4 (Grund) uit de IVO-reeks. (7) (8)
De "intensiteit" die gepaard gaat met het roken - en dan vooral het "basen" - van crack-cocaïne is vergelijkbaar met die van het injecteren van cocaïne. Binnen enkele seconden na toediening ervaart de gebruiker een relatief kortdurende "rush", of "flash" (een intens euforisch gevoel) gevolgd door een euforische "high". Na zo'n 30 minuten maximaal verdwijnt deze high erg snel en kan de cocaïnegebruiker in een min of meer tegengestelde, dysforische gemoedstoestand ("crash") geraken. Eén van de manieren om een eind aan deze dysforie te maken, is het opnieuw toedienen van (crack-) cocaïne. Dit kan resulteren in een gebruikspatroon waarbij, gedurende een langere periode, een gebruiker zeer frequent (meerdere malen per uur) (crack-) cocaïne tot zich neemt om enerzijds de rush en high te beleven en anderzijds de crash te vermijden. Een dergelijk patroon van langdurig, frequente toediening - "binging" genoemd - wordt bovendien gekenmerkt door een "verdichting", een steeds snellere opeenvolging, in de ervaring van rush - high - crash - rush - high - crash. Binging komt vooral voor bij het spuiten of basen van (crack-) cocaïne.
Tussen het gebruik van heroïne en (crack-) cocaïne bestaat een "functionele" relatie. De herhaalde toediening van (crack-) cocaïne leidt niet alleen tot een euforische high, en een mogelijke crash, maar ook tot een toenemende "rusteloosheid" en mogelijk een "coke-psychose" van angsten en (paranoïde) waandenkbeelden. Om deze ongewenste effecten van (crack-) cocaïnegebruik op te vangen of temperen, wordt vaak teruggegrepen op opiaten (heroïne en methadon) of "pillen". Sommige gebruikers doen dat door aan hun (crack-) cocaïne een "puntje bruin" (heroïne) toe te voegen; anderen nemen deze "dempende" middelen in reactie op de ongewenste neven-effecten van de (crack-) cocaïne.
De entree van (crack-) cocaïne heeft tot grote veranderingen geleid in de organisatie en vorm van de illegale drugscene, die voorheen uit voornamelijk heroïne (en/of methadon) gebruikers bestond. Terwijl heroïne een "dempende" werking heeft, heeft (crack-) cocaïne een vooral "stimulerende" werking, hetgeen tot verhoogde activiteit (op diverse fronten) leidt. Bovendien doet de relatieve korte werkzaamheid van (crack-) cocaïne hier nog een schepje boven op - vooral wanneer de gebruiker in een binge-patroon vervalt. De "coke-binge" wordt dan ook gekenmerkt door koortsachtige activiteit: De binger heeft continu "van alles" nodig en is op een nerveuze wijze aan het wheelen en dealen.
2.5 Wheeling and dealing
Wheeling and dealing, in Nederland "hosselen" genoemd, is de activiteit van handel op kleine schaal, die op alle niveaus van de drugscene plaatsvindt. Hosselen gebeurt het meest intensief op het micro niveau, tussen de druggebruikers onderling. Het gaat daarbij om kleine transacties van "pilletjes", "cc-tjes" methadon, halve streepjes bruin of wit, et cetera. In financiële termen komt dit overeen met transacties van fl. 1,00 à fl. 2,50 tot fl. 10,=. Naarmate de frequentie van de activiteiten toeneemt, wordt de "beheersbaarheid" en "overzichtelijkheid" navenant kleiner, terwijl de daarmee gepaard gaande overlast toeneemt. Er wordt meer heen en weer gelopen, het geluidsniveau neemt toe, en iedere wheel en deal transactie vormt een potentiële bron van onenigheid tussen de gebruikers. Alhoewel talloze factoren van invloed kunnen zijn op de aard en omvang van het wheelen en dealen (zoals een repressief politie beleid en de organisatie en vorm van de handel), heeft met name de opkomst van (crack-) cocaïne een accelererende rol gespeeld in de verhoogde wheel en deal activiteiten die in sommige gebruikersgroepen of -netwerken is waar te nemen.
2.6 Deal- en deal-gebruikspanden
Een groot deel van de verkoop van (illegale) drugs vindt plaats op huisadressen, in kraakpanden of cafés, waarbij de huurder (of: "katvanger") een dealer toestaat het pand te gebruiken voor de directe verkoop aan druggebruikers. (8)
Dealadressen variëren met betrekking tot de eisen die zij aan hun klanten stellen. Iedere dealer heeft er - evenals iedere café-eigenaar of andere kleine middenstander - belang bij dat hij of zij overzicht behoudt over de activiteiten die plaatsvinden op het adres en, nauw hiermee samenhangend, dat zijn of haar klanten voor zo min mogelijk overlast zorgen. Hoe minder overlast het adres voor de buurt veroorzaakt, des te groter is de kans dat het adres niet door de politie gesloten wordt. De door de dealer ingestelde beheersmaatregelen kunnen sterk uiteenlopen. Ze hebben betrekking op de totale omvang van de klantengroep en het aantal klanten dat gelijktijdig op het adres wordt binnengelaten. De selectie van de klanten aan de hand van hun uiterlijk - met aan het ene uiterste het adres waar uitsluitend klanten met "stropdassen en gepoetste schoenen" worden geaccepteerd en aan het andere uiterste een adres waar totaal geen eisen met betrekking tot het uiterlijk van de klanten worden gesteld - is een selectiecriterium dat bijdraagt aan het functioneren van het adres. Wanneer een dealer in kleinere hoeveelheden handelt (en geen grens voor een minimum afname stelt; gebruikers kunnen bij voorbeeld vanaf fl 5,= op het adres terecht), zal dit een andere groep kopers aantrekken, dan wanneer een dealer dit niet doet (en bij voorbeeld een minimum afname van fl 25,= of meer vereist), en het al dan niet toestaan van klanten om hun gekochte drugs op het adres te gebruiken (en de wijze waarop) zal ook van invloed zijn op de samenstelling van de bezoekersgroep en daarmee op de atmosfeer (en de beheersbaarheid) in en rond het adres.
Voor het naleven van die regels, die - onafhankelijk van hun inhoud - gericht zijn op het beheersbaar houden van de activiteiten op en rond het adres en eventuele overlast, heeft de dealer de beschikking over een min of meer vaste staf van medewerkers. Over het algemeen zijn dit druggebruikers die drugs (en soms geld) krijgen in ruil voor hun bijdrage aan het functioneren van het adres. Zij kunnen de functie van "portier" en "zaalwacht" hebben. Ook in het beheer van het gebruikspand Echo spelen de "portier" en "zaalwacht" een belangrijke rol. In de paragraaf "Beheer van het pand" (3.5) wordt uitgebreider op deze functies in gegaan, evenals in het proefschrift van Grund. (8)
De "levensduur" van een dealadres varieert eveneens van adres tot adres en is van diverse factoren afhankelijk. Soms worden panden - op grond van de overlast die zij veroorzaken - door de politie gesloten. In andere gevallen besluit de dealer zelf om regelmatig van adres te wisselen en zodoende sluiting voor te blijven. Een andere reden voor het verdwijnen van een adres kan zijn dat de gebruikende dealer zijn of haar "boekhouding" niet rond krijgt, doordat hij of zij zelf meer "wit" en "bruin" consumeert dan de verkoop toelaat. Wanneer een dealer er in slaagt om het eigen gebruik "in controle" te houden en het adres op een dusdanige wijze te draaien dat er geen of weinig overlast voor de wijk ontstaat, dan kan een dealadres voor ruime tijd op dezelfde plaats functioneren.
Copyrighted material. Reprinted by permission.
|